Logo Cirion

Cirion Foundation

the impact of infectious diseases

Prof. dr. Ab Osterhaus

‘Bereid je voor op het ergste’

Placeholder Flash-video. U heeft geen Flash geïnstalleerd. Klik hier om Flash te downloaden.

Professor Osterhaus noemt de dingen graag bij hun naam. Menigmaal riep de viroloog en influenzadeskundige op tot ingrijpende en impopulaire maatregelen. Of het nu ging om de gekke koeienziekte of de vogelgriep - professor Osterhaus was een van de eersten die aan de bel trok. In sommige kringen maakte hij daar geen vrienden mee en meer dan eens is hij uitgemaakt voor ‘onheilsprofeet’. Professor Osterhaus weet wel beter en blijft waarschuwen voor de gevaren van infectieziekten. Dat er met virussen niet te spotten valt wist Osterhaus dertig jaar geleden al, toen zijn studiegenoten hem voor gek verklaarden omdat hij promotieonderzoek deed naar een virusvariant bij katten. Het waren de zeventiger jaren - in de wereld van de virologie heerste een ware overwinningsroes. De wetenschappelijke successen stapelden zich op: de grote infectieziekten, die door de eeuwen heen miljoenen slachtoffers hadden gemaakt, leken door vaccins en antibiotica voorgoed bedwongen. Waarom zou iemand willen promoveren op een onderwerp dat geen onderwerp meer was? De jonge promovendus wist wel beter.

‘We mogen de vitaliteit van virussen nooit onderschatten. Virussen muteren, passen zich aan. Ze vinden altijd weer nieuwe wegen terug naar de mens.’
Prof. dr. Ab Osterhaus

En inderdaad: de relatieve rust bleek een stilte voor de storm. In de jaren tachtig en negentig lieten nieuwe virale infectieziekten als aids, dengue, hepatitis C en de gekke koeienziekte hun verwoestende sporen na. Ook de vogelgriep zou velen het leven hebben gekost, ware het niet dat professor Osterhaus daar samen met zijn vakgenoten tijdig een stokje voor heeft kunnen steken. Toch blijft de virologie een ondankbare wetenschap. Als Osterhaus een epidemische virusuitbraak kan voorkomen, dan zullen er altijd mensen opstaan die beweren dat het gevaar in de eerste plaats wel nooit zo groot geweest zal zijn. Dan is professor Osterhaus ineens weer de onheilsprofeet.

Kennis
‘Wees altijd op het ergste voorbereid’, zegt Ab Osterhaus. Maar hoe doe je dat? Hoe bescherm je de samenleving tegen het altijd sluimerende gevaar van infectieziekten? Osterhaus: ‘Door alle factoren die een rol spelen bij het ontstaan en de verspreiding van infectieziekten te onderkennen en in kaart te brengen. En door iedereen die kan bijdragen aan de bestrijding van infectieziekten te betrekken bij de nodige praktische maatregelen. Ik heb de reactie op infectieziekten in het verleden wel eens vergeleken met de reactie op de tsunami. Ook daar was vooraf veel kennis beschikbaar. Men kende de gevaren van een zeebeving, maar die kennis lag wereldwijd verspreid in verschillende instituten te verstoffen waardoor de nodige voorzorgsmaatregelen niet op tijd werden genomen. Zo kon het gebeuren dat er geen efficiënt waarschuwingssysteem bestond, terwijl dat systeem, zo blijkt wel uit de 200.000 doden, er toch écht had moeten zijn.

Wanneer het gevaar op een epidemie zich voordoet dient onmiddellijk een aantal vooraf ingestelde mechanismen in werking treden. In het verleden hebben we gezien dat de ministeries van landbouw zich in dergelijke situaties schuldig maakten aan contraproductief gedrag. Aan het begin van de BSE-crisis riep men gelijk: “Dit komt uit het buitenland, dit komt niet bij ons vandaan”. Even later was het: ‘We hebben alles onder controle, we lossen het op via contactonderzoek, maakt u zich geen zorgen”. Dat bleek dus niet te werken. Deze Pavlov-reacties hebben het gevaar op een grootschalige uitbraak alleen maar vergroot en ervoor gezorgd dat uiteindelijk veel meer dieren moesten worden geruimd dan nodig was. Als je een nieuwe virale infectieziekte niet stante pede indamt, dan krijg je als dank een virus als RSV ( Respirator Syncytieel Virus: kan leiden tot ernstige luchtweginfecties). Dit virus komt steeds weer terug en zorgt elk jaar weer opnieuw voor kindersterfte. Adequaat en snel optreden wanneer dat nodig is kan alleen door te allen tijde optimaal voorbereid te zijn op het ergste.’

Dierenleed en mensenleed
De meeste nieuwe infectieziekten ontstaan in de dierenwereld. Ook daarom is het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met dieren. Osterhaus onderschrijft deze stelling, maar wijst er tevens op dat veiligheid in de huidige situatie niet altijd hand in hand gaat met dierenwelzijn: ‘Het verwerken van slachtafval en botmeel tot veevoer is funest gebleken. Het leek aanvankelijk een goed idee: je recyclet het dierlijke eiwit, je beperkt de transportomvang van veevoer en daarmee de kans op infectieziekten. Maar we hebben carnivoren van herbivoren gemaakt. Sterker nog: we hebben er kannibalen van gemaakt, want onze runderen eten hun eigen soort op. Toen we plotseling werden geconfronteerd met BSE, ging heel snel fout. De vleesindustrie had de veestapel en daarmee zichzelf enorm kwetsbaar gemaakt. Daar staat tegenover dat een koe die grazend in de wei staat niet per definitie infectievrij is, integendeel. Vanuit het oogpunt van infectieziektebestrijding en in het licht van de hoge vleesconsumptie zou je hier op de Maas een paar hermetisch afgesloten flatgebouwen moeten neerzetten die je volstopt met varkens. Niet bepaald een populair idee, maar dat is wel de consequentie als mensen kiloknaller-vlees willen blijven eten en tegelijkertijd beschermd willen zijn tegen infectieziekten. Dat consumptiegedrag zie ik niet van de ene op de andere dag veranderen. Daarom is het van groot belang om een systeem te hebben waarmee wij snel en adequaat kunnen reageren op nieuwe infectiedreigingen.’

Kansen
Professor Osterhaus gelooft dus niet in gedragsverandering. Wel ziet hij kansen voor een betere samenwerking tussen die partijen die werken aan de bestrijding van infectieziekten: ‘Het feit dat infectieziekten zich tegenwoordig zo snel over de aardbol verspreiden is het gevolg van een groot aantal maatschappelijke factoren: van een oplopende urbanisatiegraad tot een sterk toegenomen mobiliteit. Het heeft daarom geen zin om alleen maar naar elkaar te wijzen als er een dreiging ontstaat - het belemmert ons om snel en pragmatisch op te treden, terwijl we ook kunnen handelen zoals we dat hebben gedaan bij de bestrijding van de vogelgriep. Toen het SARS-virus zich wereldwijd dreigde te verspreiden hebben we laten zien dat we een epidemie kunnen voorkomen met de hulp van een dozijn goede laboratoria en een handvol moderne communicatiemiddelen. Door de juiste mensen bijeen te brengen, door dagelijks teleconferenties te voeren en alle data doorlopend te uploaden zijn toen vele levens gered. Om dat te bereiken hebben we wel duidelijke afspraken met elkaar gemaakt. Bij elke samenwerking spelen mechanismen een rol die het delen van informatie belemmeren. Die moet je benoemen en vervolgens ontkrachten. In de wetenschap bijvoorbeeld draait alles om namen en publicaties. Bij de gezamenlijke bestrijding van de vogelgriep hebben we vooraf afgesproken dat eventueel intellectueel eigendom in handen van alle betrokkenen zou komen. Dat heeft de informatie-uitwisseling duidelijk bevorderd.’

Cirion
Osterhaus beseft maar al te goed dat hij in zijn werk sterk afhankelijk is van de informatie die anderen aandragen en dat  alleen de juiste informatie kan leiden tot een juiste diagnose. Osterhaus: ‘Ik steun de initiatieven van deze stichting omdat Cirion staat voor een brede aanpak van een concreet probleem. Infectieziekten spelen nog steeds een dodelijke rol in de wereld en er komen steeds meer nieuwe infecties bij, zoals hepatitis B en C en dengue. En laten we vooral aids niet vergeten. Slechts 20 procent van de wereldbevolking heeft toegang tot aidsremmers, waardoor we aids hier zijn gaan beschouwen als een chronische ziekte, maar voor 80 procent van de mensen blijft aids een dodelijke ziekte, waaraan jaarlijks 2,5 miljoen mensen bezwijken. De burden of disease, de maatschappelijke impact van een verwoestende infectieziekte als aids, is enorm. We moeten daar echt gezamenlijk onze schouders onder zetten, dus niet alleen de mensen uit de wetenschap, maar ook mensen uit de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk moeten we een vaccin vinden, maar in de tussentijd is het onze plicht om de schade te beperken. Dat is alleen mogelijk met een gezamenlijke integrale aanpak. Stichting Cirion brengt mensen uit verschillende disciplines met elkaar in contact, en dat is van belang, al moeten we niet denken dat we met deze stichting alle problemen oplossen. Want niets is zeker wanneer het om virussen gaat, behalve dat zich ook in de toekomst weer nieuwe infectieziekten zullen aandienen. Alleen door nog beter samen te werken kunnen we ons optimaal voorbereiden op de bedreigingen van morgen.’