Logo Cirion

Cirion Foundation

the impact of infectious diseases

Prof. Dr. Antoine Bodar

Waar troost is, daar is liefde
“Persoonlijke invulling geven aan gezamenlijke verantwoordelijkheid”

Placeholder Flash-video. U heeft geen Flash geïnstalleerd. Klik hier om Flash te downloaden.

‘Natuurlijk moeten wij proberen om het leed op de wereld te voorkomen. Natuurlijk moeten wij de geneeskunde zover brengen dat wij allen gezond en oud mogen worden. Maar het leven is eindig. De dood kan het leven veranderen, maar de dood hoort bij het leven en het leven zelf wordt door de dood niet opgeheven. Ik zie de dood niet als afsluiting maar als een poort naar een ander leven. Als een stervende mij vraagt: “Is er een eeuwig leven?” Dan zeg ik: “Ja, wij geloven dat er een eeuwig leven is. Wij geloven dat de engelen ons naar het paradijs begeleiden waar God ons opwacht.” Ik zeg bewust geloven en niet weten, want zeker weten we niets. Daarom hou ik er ook niet van wanneer mensen over een overledene zeggen: “Die is nu in de hemel.” Laat dat maar aan Onze Lieve Heer over. Geloof is geen wetenschap. Geloof biedt troost, geloof biedt hoop. Geloof, hoop en troost, dat is wat ik als priester te bieden heb, al mag het vertrouwen op het paradijs niet als een verzekeringspolis op de eeuwigheid worden gezien. Niets doen en in ledigheid op de Belofte wachten is niet de inzet van het leven, waarin ieder mens een eigen verantwoordelijkheid draagt om zijn eigen talenten te ontwikkelen en deze zinvol aan te wenden om zijn medemens te helpen.’

Verbondenheid
Wanneer Antoine Bodar de meervoudsvorm gebruikt en ‘wij geloven’ zegt, spreekt hij vanuit zijn verbondenheid aan de Rooms-katholieke Kerk. Zijn leven als priester speelt zich letterlijk af in het teken van de Moederkerk, want gedurende het grootste deel van het jaar woont hij in een priesterhuis in Rome. Bodar: ‘Het maakt niet uit wie je bent, wat je bezit of waar je woont, want het koninkrijk Gods is overal waar de strijdende Kerk hier op aarde en de zegevierende Kerk in de hemel met elkaar worden verenigd. Waar dat verband faalt overheersen de krachten van de vernietiging. Die vernietigende krachten zijn altijd en overal actief, of dat nu in de gedaante van lichamelijke ziekte is of in de vorm van moreel verval. Daarom moeten wij elkaar tot troost kunnen zijn. Troost bergt het geheim in zich niet verklaard maar aanvaard te kunnen worden. Waar troost is, daar is liefde; want de liefde draagt de troost zoals een moeder het kind. De liefde kent velerlei gestalten, maar de liefde is altijd dienstbaar. Zo ook in de gestalte van de troost. Liefde is altijd trouw, maar het meest in de troost. Trouw leidt tot troost, zoals troost trouw veronderstelt. In troost mag de een de ander nabij komen.’  

Augustinus
Het doet er weinig toe of de wil om te helpen voortvloeit uit een religieuze traditie, uit een maatschappelijk moreel besef dan wel uit een individueel verantwoordelijkheidsgevoel. Wat telt is dat hulp daadwerkelijk wordt geboden, zeker als onze medemens ziek of verstoten of anderszins hulpbehoevend is. Laten we daarbij niet vergeten welke vreugde het brengt om mensen nabij te zijn. Want God openbaart zich in de ogen van de ander en God is het meest aanwezig in de ogen van de meest verachte medemens. In dat opzicht heeft het priesterschap veel raakvlakken met de medische wereld. Een arts wil zieke mensen helpen genezen, als het moet met gevaar voor eigen leven. Hij wil zijn medemensen nabij zijn. Ook ik wil mensen nabij zijn, daarom ben ik priester geworden. In de traditie van Augustinus streef ik er tevens naar om aan anderen door te geven wat ik zelf heb mogen leren. Wat mij in Cirion aanspreekt is dat de mensen begrip tonen voor de wisselwerking tussen maatschappij en wetenschap en dat zij de belangrijke rol van educatie onderkennen. We kunnen zoveel van elkander leren, zeker in een omgeving als deze, waarin wij een persoonlijke invulling kunnen geven aan onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.‘